Welke verschillende olijfsoorten zijn er? En hoe herken je ze?  

We hebben verschillende soorten olijfbomen in de olijfgaarden van il circolo staan van hele jonge tot eeuwenoude olijfbomen. Het is niet altijd gemakkelijk vast te stellen met welk boom/olijfsoort je te maken hebt. Een geoefend oog kan aan de bladeren en de vorm van de olijven zien om welke boomsoort -en daarmee ook om welke olijfsoort- het gaat. Andere kenmerken zijn bijv. de bloeitijd, de resistentie tegen bepaalde parasieten en de productiviteit. Natuurlijk verschillen de olijven ook in smaak. We zullen het vooral over de typische Siciliaanse olijfsoorten hebben. Wist je trouwens dat tafelolijven vaak niet van dezelfde soort zijn als de olijven voor de productie van olijfolie?

Wat is het verschil tussen tafelolijven om te eten en olijven voor de olieproductie?

Italianen zijn niet alleen grote consumenten van olijven, maar ook belangrijke producenten en exporteurs. Ze staan in Europa op de derde plaats wat betreft olijventeelt, na de Grieken en de Spanjaarden. Geteelde olijven worden gebruikt voor de productie van kostbare olijfolie, maar sommige olijfsoorten kunnen ook worden gegeten. We onderscheiden drie soorten cultivars: 

  • “da olio” (“da mola”), voor de olieproductie, 
  • “da tavola” (“da mensa”), tafelolijven geschikt om te eten
  • “a duplice attitudine”, geschikt voor zowel consumptie als voor olijfolieproductie.

Tafelolijven  – da mensa

In Italië worden vele soorten “da mensa” ofwel tafelolijven geteeld die komen uit verschillende regio’s door heel Italië. Over het algemeen zijn tafelolijven groter dan olijven voor de productie van olijfolie. Bovendien hebben ze meer vruchtvlees met een lager oliegehalte. De populairste zijn de Ascolana tenera BOB (regio Marche), sappig en groen, die traditioneel gevuld, gepaneerd en gefrituurd worden gegeten; ook de groene en vlezige Bella di Cerignola BOB en Sant’Agostino (Puglia), en de grote groene Santa Caterina (Toscane).

Voor tweeledig gebruik – a duplice attitudine

Tot de bekendste olijven “a duplice attitudine” behoren de ronde groene BOB Nocellara del Belice (Sicilië), de langwerpige groene BOB Moresca (Sicilië), de grote roze Oliva di Gaeta (of Itrana) (Lazio), de stevige zwarte Carolea (Calabrië), de grote zwarte Giarraffa (Sicilië), de zwarte Leccino (Toscane) en de Taggiasca, een kleine maar ongelooflijk smakelijke zwarte olijf met groene, bruine en paarse tinten.

Voor olijfolie – da olio

De cultivars “da olio” zijn in de loop van duizenden jaren geselecteerd door olieproducenten op basis van bijv. resistentie tegen ziekten en klimatologische tegenslagen. Daarbij letten ze genetische kenmerken zoals de vitaliteit van het gebladerte, organoleptische eigenschappen (de geur en smaak eigenschappen),de productiviteit, de grootte van de vrucht of de olieopbrengst, maak ook op het gemak om olie te extraheren en de voedingseigenschappen. Daarnaast is de grondsoort en het microklimaat van de boom belangrijk. Juist de interactie met de omgeving bepaalt of de genetische eigenschappen van de boom tot uiting kunnen komen. Met andere woorden als een boom op de verkeerde plaats staat (aarde, klimaat e.d.) komt hij letterlijk niet tot bloei. 

Kun je wilde olijven eten?

De olijf zoals wij die kennen is de vrucht van de olijfboom “Olea europaea”. Deze groeit rond de Middellandse Zee en in landen met een mediterraan klimaat, zoals delen van Australië, Zuid-Afrika en Californië. Dit zijn veelal gecultiveerde bomen.
De wilde olijfboom draagt ook vruchten, die zijn echter zeer klein en bitter en is niet erg productief. Om die reden is men in de oudheid begonnen met veredeling door wilde olijfbomen te enten. Hierbij wordt een deel van de ene boom – de ent- vastgemaakt op de onderstam van een andere boom. Deze vergroeien met elkaar en vormen samen als het ware weer een boom.

Wat is het verschil tussen groene en zwarte olijven?

In het begin zijn alle olijven groen, sommige lichter, sommige donkerder. De kleur van de olijven verandert in de loop van het jaar van groen in de zomer tot zwartpaars in de winter. Hoe verder het rijpingsproces gevorderd is, hoe donkerder de olijven worden.  Sommige variëteiten worden, wanneer ze volledig rijp zijn, paarser (bv. Biancolilla), andere zwarter (bv. Moresca). In het geval van tafelolijven is de zwarte kleur van de schil het gevolg van oxidatie tijdens de verwerking. In bepaalde gevallen worden zwarte olijven, vooral ontpitte en gedroogde olijven, kunstmatig zwart gemaakt met ijzergluconaat (E579). E579 maakt ook het vruchtvlees steviger. Dit additief, dat vaak op inferieure kwaliteit wijst, moet altijd op het etiket worden vermeld.

Bepaalt de olijfsoort de kwaliteit van olijfolie? 

Volgens experts houdt 30 procent van de oliekwaliteit direct verband met de olijfsoort en wordt 70 procent van het karakter van olijfolie beïnvloed door een reeks andere factoren zoals de gezondheid van de olijven en de rijpheid van de vruchten maar ook hoe de olijfolie is verkregen.

30% – Olijfsoort

Elke olijfsoort, ‘cultivar’, heeft een eigen smaakprofiel en daarmee ook de olie die daaruit is verkregen. Komt de olijfolie van een olijfsoort dan noemen we dat een ‘monocultivar’. De meeste olijfolie wordt echter samengesteld uit verschillende cultivars wat naast unieke voedingskenmerken ook een unieke geur- en smaakeigenschappen met zich meebrengt. Die zijn bepalend voor de kwaliteit van olijfolie.

70% – Oogstmoment en Techniek van Extractie

  • Oogstmoment
    In de laatste decennia is het een trend om de oogstdatum te vervroegen. Eerder oogsten betekent dat de olijven jonger en steviger zijn. En dat komt de kwaliteit van de olijfolie ten goede. Overrijpe vruchten zijn namelijk kwetsbaarder bij de oogst. Ze kunnen beschadigd raken of gaan gisten in de tijd tussen oogst en verwerking tot olijfolie. Bij een kwaliteitsolie is de tijd tussen oogst en verwerking dan ook zo kort mogelijk.
  • Extractie
    In de loop der jaren is er grote technologische vooruitgang geboekt bij het extraheren van olijfolie. Vooral in de tweede helft van de vorige eeuw toen de oude traditionele oliemolens werden vervangen door een modern centrifuge-systeem. Waar de traditionele oliemolens de olie extraheerde door middel van druk in een pers, is de moderne methode gebaseerd is op centrifugeren. Hiervoor worden de olijven eerst vermalen en gekneed tot een olijvenpasta. Door centrifuge komt de olie vrij van de olijvenpasta.
    De technologische modernisering heeft ook gevolgen gehad voor de olie-opslaginstallaties. Die zijn nu van roestvrij staal zijn gemaakt of kunnen stikstof inert worden gemaakt waardoor er zo min mogelijk contact met zuurstof van buitenaf is en de kwaliteit optimaal behouden blijft.  
  • Filteren van de olie
    Door het product te filteren kunnen de organoleptische (smaak en geur) en voedingseigenschappen van de olie worden behouden en kan de olie beter worden bewaard. Dit gebeurt door het verwijderen van plantaardige waterdeeltjes en slijmstoffen uit de olijfpulp. Het is echter belangrijk dat het mechanisch filteren zonder verhitting geschiedt, omdat dit de gezonde eigenschappen aantast. 
  • De kunst van het oliepersen
    Het vak van olieperser – ofwel ‘frantoio’ is een kunst op zich. Hij beweegt op het vlak van technologie, extractie, bewaartemperaturen, filtering en meer. Dat is een belangrijk, onderscheidend element en kan de kwaliteit van de olijfolie maken of breken.

Siciliaanse olijfvariëteiten

Sicilië kent vele olijfsoorten. Graag laten we je kennis maken met de vier Siciliaanse variëteiten die in de Val Tellaro worden geteeld en die terugkomen in de olijfolie van il circolo. Voor de echte liefhebber gaan we daarna een stap verder en beschrijven de oorsprong en kenmerken van de 35 belangrijkste Siciliaanse olijfsoorten. 

De bekendste olijfsoorten uit de Val Tellaro

Moresca

  • Oorsprong:
    Moresca is een inheemse Siciliaanse olijfsoort die vooral voorkomt in het centrale en oostelijke deel van het eiland. Moresca komt voornamelijk voor op olijfgaarden in de provincies Caltanissetta, Enna, Catania, Siracusa en Ragusa. Buiten Sicilië vindt je ze alleen in de streek Reggio Calabria. 
  • Naam:
    De soort is ook bekend onder andere namen, zoals Aliva Riali en Francofontese in het gebied van Catania, Bianculidda en Marsalisa in de omgeving van Siracusa, Amoresca en Morghetana in Ragusa of Imperiale en Jannusa in de provincie van Enna. 
  • Gebruik:
    Deze olijfsoort is geschikt voor de productie van extra olijfolie van eerste persing, ook wel extra vergine olijfolie genoemd. Ook is Moresca geschikt als tafelolijf zowel de zwarte als de groene versie.
  • Kenmerken teelt:
    Moresca is een zelfsteriel ras. Dit betekent dat de bomen niet door het eigen bomenras kunnen worden bestoven maar hiervoor een ander olijfbomenras nodig hebben. Over het algemeen worden de Moresca olijfbomen bestoven door Ogliarola Messinese en Biancolilla.
    Over het algemeen kun je van Moresca een goede, stabiele productiviteit verwachten met een uitstekende verhouding vruchtvlees/pitten. De olieopbrengst is niet bijzonder hoog. De olijven zijn vrij vroeg rijp en de overgang van groen naar zwart verloopt geleidelijk. Moresca heeft voortdurend aandacht en zorg nodig, omdat ze gevoelig is voor vliegen, cottonmouth, de fleotribo kever, pauwmot, loodvergiftiging en cochenille. Tegen kou en vochtigheid is deze soort goed bestand.

Tonda Iblea

  • Oorsprong:
    Tonda Iblea is vernoemd naar het gebied waar ze voorkomt: het Iblei-gebergte in het oostelijke deel van Sicilië. Het is een inheemse Siciliaanse variëteit die je aantreft in de provincies Messina, Catania en Siracusa.
  • Naam:
    Ook in Trapani en Agrigento komt deze soort voor onder namen als Giarraffa, Alimena, Bruscarinu, Caloria, Prunara, Tonda Nera en Vitriolo.
  • Gebruik:
    Lange tijd werd de Tonda Iblea olijf uitsluitend gebruikt als tafelolijf. Sinds kort wordt hij ook gebruikt voor de productie van monocultivar extra vergine olijfolie. Het is een olie met een aantal typisch Siciliaanse aroma’s. Om te beginnen is de olijfolie vrij intens, vergezeld van een boeket van zeer uiteenlopende smaken zoals tomaat, amandel, artisjok, gemaaid gras en aromatische kruiden. De smaak is zeer harmonieus waarbij zoete en kruidige aroma’s overheersen en met een heel licht bittertje. Kortom, deze olijfsoort is geschikt als tafelolijf als voor de productie van extra vergine olijfolie.
  • Kenmerken teelt:
    De ideale leefomgeving voor Tonda Iblea zijn heuvelachtige gebieden tot op een hoogte van ongeveer 600 meter boven de zeespiegel. Deze olijfsoort is zeer goed tegen koude bestand.
    Deze olijfsoort wordt niet lastig gevallen door de olijfvlieg. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is niet nodig wat ook gunstig is voor de kwaliteit van de olijfolie. De resistentie tegen loodzaad en cottonmouth is ook zeer goed. Tonda Iblea is gevoelig voor cochenille, verticillose, lepra en pauwoogmot.
    Tonda Iblea is een zelfonvruchtbaar/zelfsteriel ras. Moresca en Calatina worden gebruikt voor bestuiving van Tonda Iblea bomen.

Biancolilla

  • Oorsprong:
    Biancolilla wordt vooral geteeld in de westelijke provincies van Sicilië  -Palermo en Agrigento-  en is ook te vinden aan de oostkant van het eiland. Het is een ras dat zelfs op hoge heuvels met weinig water goed bestand is, ideaal maakt voor de droge bodems die kenmerkend zijn voor Sicilië. Dit komt doordat de boom met zeer diepe wortels waterbronnen kan bereiken die nodig zijn voor zijn levensonderhoud. De verkoop van Siciliaanse extra olijfolie van eerste persing van de variëteit Biancolilla is zeer solide gebleken.
  • Naam:
    De Biancolilla-olijf, een van de inheemse Siciliaanse variëteiten en is vermoedelijk afkomstig uit de streek van Caltabellotta in Agrigento. Biancolilla dankt zijn naam aan het feit dat de steenvruchten tijdens het rijpingsproces van de typische groene kleur van de onrijpe vrucht overgaan in een naar paars neigende roodtint.
    Biancolilla is bekend onder veel aliassen zoals Bianca, Bianchetto, Biancolina, Imperialidda, Jancuzza, Marmorina, Napoletana, Pruscarina, Siracusana – om een paar populaire maar te noemen- en wordt beschouwd als een van de oudste variëteiten die momenteel in de Italiaanse olijfgaarden worden aangetroffen.
  • Gebruik:
    Deze variëteit is een zuivere cultivar “da olio”, zeer waardevol voor de olieproductie en wordt eigenlijk niet als tafelolijf gebruikt. De persing van de olijven van Biancolilla-variëteit levert een olie op die typische Siciliaanse aroma’s bevat. Deze olie is groen of strogeel van kleur met vage gouden schakeringen, en wordt gekenmerkt door licht kruidige en zeer fruitig aroma’s met tonen van amandel, tomaat en artisjok vers gras en groene olijf. Smaaknuances kunnen ontstaan bijv. door variatie in de bestuivende boomsoort.
    Biancolilla wordt vaak gebruikt in combinatie met andere olijfsoorten. De olijfsoort staat bekend om het harmoniseren van smaken van de verschillende olijfsoorten in een extra vergine olijfolie. Biancolilla combineert goed met vis- of groentegerechten en in desserts als een substituut voor boter of een zaden- of pittenolie.
  • Kenmerken teelt:
    De boomsoort wordt gewaardeerd om de hoge productiviteit en een opmerkelijke rustiek verschijning. Biancolilla-bomen zijn zelfvruchtbaar, d.w.z. dat zij geen bestuiving door andere variëteiten behoeven. Zij worden vaak gebruikt als bestuivers voor de zelfsteriele Nocellara del Belice. Ook de combinatie met Cerasuola en Nocellara Messinese  als bestuivers zie je vaak. En onderling bestuiven ze elkaar ook wat uiteindelijk van invloed is op de smaak van de olijfolie.

Pizzutella

  • Oorsprong:
    De Pizzutella-olijf is een typisch Siciliaanse inheemse olijfsoort die voorkomt in verschillende delen van het eiland vooral op kusthellingen, zoals bij Catania, Syracuse, Messina en Ragusa, en daarnaast  ook in Calabrië. Hoe dan ook staat het op de lijst van vergeten olijvenvariëteiten. De introductie van deze olijfsoort is vrij  recent.
  • Naam:
    De Pizzutella is ook bekend onder de naam Pizziricò of Pizzutedda.
  • Gebruik:
    Pizzutella wordt uitsluitend gebruikt voor de productie van extra vergine olijfolie.
  • Kenmerken teelt:
    De Pizzutella is een zelfsteriel/zelfonvruchtbaar ras d.w.z. dat het een ander boomras nodig heeft voor de bestuiving. De Pizzutella kent een vrij lage olieopbrengst (minder dan 16%) en heeft een niet al te hoge productiviteit, die van jaar tot jaar sterk varieert.
    Bovendien is Pizzutella heel gevoelig voor de pauwmot en de olijfvlieg. Deze kwetsbare olijfboomsoort vereist voortdurende zorg, Pizzutella komt vooral voor op kusthellingen en verdraagt vrij goed vocht en wind. Traditionele oogstmethoden, zonder gebruik van mechanische apparatuur, hebben de voorkeur om beschadiging aan olijven  te voorkomen. Dat kan de kwaliteit van de vrucht en daarmee van de olijfolie aantasten.

Wat betekent monocultivar?

De term “cultivar” is een samenvoeging van twee Engelse woorden, cultivated variety, en wordt in de agronomie gebruikt om een bepaalde variëteit van een plant aan te duiden. Binnen de olijventeelt bestaan vele cultivars. Italië is altijd een van de belangrijkste producenten van extra vergine olijfolie  ter wereld is geweest en kent ook vele cultivars. Sicilië is een regio met een buitengewone diversiteit aan inheemse olijfsoorten en neemt zeker het leeuwendeel van de productie (en de verkoop) van extra vergine olijfolie voor haar rekening.

De 35 bekendste Siciliaanse olijfsoorten

Voor de liefhebber een overzicht van de 35 bekendste Siciliaanse olijfsoorten en waar ze voorkomen.

Herkomst van Siciliaanse Olijfsoorten

– Aitana

Dit is een ‘vergeten’ ras dat niet op grote schaal geteeld wordt in Italië en op Sicilië . Op Sicilië wordt de Aitana-olijf vooral gebruikt voor de productie extra vergine olijfolie, maar hij kan ook als tafelolijf worden gegeten.

– Biancolilla

Een inheemse olijfsoort met een lage zuurgraad en een zeer delicate smaak die uitsluitend wordt gebruikt voor de productie van extra vergine olijfolie op Sicilië,  Hij komt voornamelijk voor in het westelijke deel van het eiland en ook  wel in de centraal-oostelijke gebieden.

– Bottone di Gallo

Dit is een zuivere cultivar “da olio”, d.w.z. uitsluitend bestemd voor de productie van extra vergine olijfolie van eerste persing uit Sicilië. Hoewel de olijfolie zeer waardevol is, is het een  weinig gebruikte variëteit. Je kunt het beschouwen als een verwaarloosde of zoals we dat tegenwoordig zeggen, een vergeten olijfsoort.

– Brandofino

Een kleinere, inheemse olijfvariëteit die veel voorkomt in het oosten van Sicilië. De smaak is licht pikant. De olie van de Brandofino-variëteit komt voor als extra vergine olijfolie uit Sicilië of maakt onderdeel uit van een delicaat emengsel van verschillende Siciliaanse olijfolies. 

– Buscionetto

De Buscionetto-olijf wordt beschouwd als een ‘vergeten’ en bedreigde olijfvariëteit. Het wordt uitsluitend gebruikt voor  extra vergine olijfolie of als onderdeel van een mengsel van fijne oliën. Het komt van origine uit de provincie Agrigento, maar kan ook worden gevonden in olijfgaarden rondom Trapani en Palermo.

– Calamignara

Calamignara is een inheemse variëteit “a duplice attitudine”. De olijven van deze soort zijn groot en worden gebruikt zowel als tafelolijven  als voor het maken van een uitstekende extra vergine olijfolie uit Sicilië.

– Calatina

Een originele Siciliaanse olijfsoort die geen grote rol speelt. Hij is niet erg wijdverspreid en wordt vooral aangetroffen in de gebieden rond Catania en Caltagirone. Hij wordt uitsluitend gebruikt voor de productie van Siciliaanse extra vergine olijfolie.

– Carolea

Met de olijf van het ras Carolea is het mogelijk zowel tafelolijven als een uitstekende Siciliaanse extra vergine olijfolie te verkrijgen. Deze variëteit komt in vrijwel heel Zuid-Italië en ook op Sicilië voor.

– Castriciana Rapparina

Dit is een zeer zeldzame, met uitsterven bedreigde variëteit. Deze soort is van origine uit Sicilië, meer specifiek uit de stad Castroreale in de provincie Messina en in de regio van Palermo. Het is een ‘cultivar da olio’ d.w.z. geteeld voor de productie van extra vergine olijfolie en is met name te vinden op de Siciliaanse markt.

– Cavalieri

Het ras Cavalieri is wordt vooral aangetroffen in de gebieden van de provincie Catania, met name in de olijfgaarden in de buurt van Caltagirone. Het is dus niet erg wijdverbreid en kan als een ‘vergeten’ soort worden beschouwd. De olijf levert echter een uitstekende Siciliaanse extra vergine olijfolie. 

– Cerasuola

Dit is zeker een van de meest verbreide variëteiten in Sicilië. Cerasuola-olijven is een cultivar da olio. Dus geperst voor de productie en verkoop van Siciliaanse extra vergine olijfolie.

– Citral

Deze olijfboomsoort komt oorspronkelijk uit Sicilië, maar is in de loop der tijden verwaarloosd of ‘vergeten’. Dat komt door een aantal intrinsieke zwaktes waardoor de olijfsoort slecht bestand is tegen ziekten. Het is een cultivar da olio.

– Crastu

De Crastu-olijf wordt beschouwd als een secundaire variëteit en groeit hoofdzakelijk in het Madonie-gebergte en aan de Tyrreense kant van Messina, waar deze variëteit is ontstaan. Van Crastu wordt olijfolie gewonnen, zowel extra vergine als voor de productie van uitstekende melanges.

Fruitige smaakkenmerken van Siciliaanse olijven

– Erbano

Dit is een variëteit die voorkomt in de olijfgaarden van Palermo en Agrigento. De olijven worden geperst om een Siciliaanse extra olijfolie van eerste persing te verkrijgen van uitstekende kwaliteit en met een zeer evenwichtig en aangenaam smaak- en geurprofiel.

– Giarraffa

Dit is een variëteit met een dubbele bestemming (deze olijven worden zowel voor de productie van Siciliaanse extra olijfolie van eerste persing als voor de productie van tafelolijven gebruikt) met een zeer oude oorsprong die, volgens sommige reconstructies die niet altijd worden aanvaard, terug zou kunnen gaan tot de Sicani-periode. Hij komt vooral voor in de gebieden Trapani, Agrigento en Palermo.

– Lumiaru

Deze variëteit is niet erg wijdverbreid en wordt vooral aangetroffen in de gebieden Agrigento en Catania. Zij levert een extra olijfolie van eerste persing met een lage zuurgraad. De plant heeft wel de neiging laat te rijpen. . 

– Mandanici

De olijven van de inheemse Siciliaanse variëteit Mandanici zijn te herkennen aan de kleine omvang van de steenvruchten en worden geteeld in de gebieden Catania en Messina, maar ook in Calabrië. Het is een wegwerpsoort (hij wordt eigenlijk alleen gebruikt voor de verkoop van Siciliaanse extra olijfolie van eerste persing) en groeit vooral op zandgronden of met een kalkhoudende ondergrond en gebrek aan water.

– Minuta

Een typische variëteit van Messina die in de rest van Sicilië bijna niet voorkomt, terwijl zij overvloedig aanwezig is in de olijfgaarden van Nebrodi. Hij verdraagt goed lage temperaturen en wordt in feite aangetroffen op middelmatig heuvelachtig terrein tot 800 meter boven zeeniveau, waar hij een nogal rustieke extra olijfolie van eerste persing oplevert.

– Moresca

Een olijfvariëteit die vooral voorkomt in de centrale en oostelijke provincies van Sicilië, waar de Moresca-olijf vandaan komt. De middelgrote maat maakt deze olijf uitstekend geschikt voor consumptie op tafel, zowel groen als zwart, maar wanneer de vrucht wordt geperst, wordt er ook een uitstekende Siciliaanse extra olijfolie van eerste persing van gemaakt.

– Murtiddara

De Murtiddara is een vrij zeldzame en verwaarloosde variëteit die niettemin in verschillende delen van Sicilië kan worden aangetroffen. Omdat hij zelfsteriel is, wordt hij bestoven door de Carolea-variëteit. De murtiddara wordt uitsluitend gebruikt voor de persing voor de productie en de verkoop van extra olijfolie van eerste persing.

– Nasitana

Deze soort ontleent haar naam aan de stad waaruit zij volgens de traditie afkomstig is, namelijk de gemeente Naso in de provincie Messina. Dit is ook het gebied waar deze soort het meest voorkomt, en dankzij zijn goede weerstand tegen de kou is hij ook gemakkelijk te vinden op de heuvels van het Nebrodi gebergte.

– Nerba

Dit is een soort met een dubbel doel, want door de grootte van de vrucht, die rijk is aan vruchtvlees, kan hij zowel op tafel worden gegeten als in de vorm van extra olijfolie van eerste persing uit Sicilië. Dit ras is gevoelig voor kever- en vliegenplagen en levert een olijfolie op met een lage zuurgraad.

– Nocellara del Belice

Een inheemse Siliciaanse olijfsoort die zeer wordt gewaardeerd, zowel om zijn vruchtvlees, dat op tafel kan worden gegeten, als om zijn uitstekende extra olijfolie van eerste persing met een zeer lage zuurgraad. Hij is zeer algemeen in de streek van Trapani, maar groeit ook zonder veel problemen in de streken van Palermo en Agrigento.

– Nocellara Etnea

Ook deze variëteit wordt gekenmerkt door haar dubbele geschiktheid: Hij is zeer goed bestand tegen weersomstandigheden en koudegolven en typisch voor het binnenland en de oostelijke gebieden van Sicilië.

– Nocellara Messinese

Deze olijf wordt gekenmerkt door een zeer grote omvang en een kleur die tijdens de rijpingsfase naar paars neigt, en wordt zowel voor tafelconsumptie als voor de productie en verkoop van extra olijfolie van eerste persing gebruikt. Het verspreidingsgebied is geconcentreerd in het gebied van Catania, Siracusa en Messina, vandaar de naam.

Karakterisering van Siciliaanse olijven wat betreft scherpte en bitterheid

– Ogliarola Messinese

Deze variëteit is typisch voor de regio Messina en wordt ook aangetroffen in de olijfgaarden van de provincie Palermo. Deze variëteit wordt gebruikt voor de productie van groene en zwarte tafelolijven en extra olijfolie van eerste persing.

– Ottobratica

De olijf van deze variëteit wordt uitsluitend gebruikt voor de productie van extra olijfolie van eerste persing. Hij is wijdverspreid in de streek van Messina, vooral langs de kusthelling boven de Ionische Zee, en is enigszins bestand tegen slecht weer en koude.

– Passulunara

Dit is een olijf met een dubbel doel, hij is groter dan gemiddeld. Hij levert Siciliaanse extra olijfolie van eerste persing op met een lage zuurgraad en een hoog gehalte aan antioxidanten en vitamine E. Passulunara is een soort die typisch is voor de olijfgaarden in de buurt van Palermo en Agrigento.

– Piricuddara

Deze olijfvariëteit is typisch voor het gebied rond Agrigento, waar zij wordt gebruikt voor de productie van extra olijfolie van eerste persing met een lage zuurgraad, terwijl de kleine omvang van de vrucht verhindert dat zij als tafelolijf wordt gegeten. Hij komt echter ook voor in de olijventeeltgebieden van Palermo en Caltanissetta en wordt vaak gebruikt als bestuiver voor de Nocellara del Belice.

– Pizzutella

Deze inheemse Siciliaanse variëteit wordt aangetroffen in de gebieden Catania, Siracusa en Ragusa, maar ook in Calabrië. Hij wordt uitsluitend gebruikt voor de productie van extra olijfolie van eerste persing, die wordt gekenmerkt door een evenwichtige smaak en deze soort is erg populair.

– San Benedetto

Een verwaarloosd ras, origineel van Sicilië, dat voorkomt in de gebieden van Trapani tot Messina, vooral in de Tyrrheense kustgebieden. De San Benedetto variëteit wordt vanwege haar middelgrote omvang niet alleen gebruikt voor de productie en de verkoop van extra olijfolie van eerste persing, maar ook voor tafelconsumptie.

– Santagatese

De Santagatese-olijf, ook bekend onder diverse synoniemen, is een inheemse variëteit die zowel in West- als in Oost-Sicilië voorkomt. Deze variëteit wordt gekenmerkt door de productie van grote vruchten en wordt gebruikt voor de productie van een uitstekende Siciliaanse extra olijfolie van eerste persing, alsook van heerlijke tafelolijven.

– Tonda Iblea

Zoals de naam al zegt, is deze variëteit typisch voor de Monti Iblei en kan zij ook groeien op hoge heuvels tot ongeveer 600 meter boven de zeespiegel. Het is een tweeledige variëteit met zeer vlezige vruchten die groen of zwart kunnen worden gegeten.

– Vaddarica

De variëteit Vaddarica, die vooral voorkomt aan de Tyrreense kust tussen Palermo en Messina, is een inheemse variëteit, maar verwaarloosd en daarom niet erg aanwezig in de rest van Sicilië. De vruchten van deze variëteit leveren een extra olijfolie van eerste persing op met typisch Siciliaanse aroma’s en een lage zuurgraad.

– Verdello

Dit is een zeer zeldzame olijfsoort die vooral voorkomt in het gebied rond Messina. De vruchten zijn middelgroot en worden uitsluitend gebruikt voor de persing voor de productie en de verkoop van Siciliaanse extra olijfolie van eerste persing met een laag zuurgehalte.

 

Ook interessant om te lezen

Aanmelden Nieuwsbrief

5 euro korting op je eerstvolgende aankoop?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief met lekkere recepten en interessante achtergrondverhalen over il circolo olijfolie en ontvang een kortingscode voor jezelf en je vrienden (wordt weergegeven na bevestiging van je e-mail).